|
West
Zeeuws-Vlaanderen is de bakermat van alle
Leenhouts gezinnen. Jan Lenout kwam uit Leuven terecht
in Cadzand. Vandaar uit, verspreide de familie zich
uit over de hiernaast genoemde plaatsjes. Dit kwam
door huwelijken, maar ook door verwoestingen door
natuurrampen, dreigingen door Spanjaarden en Fransen,
en door economische redenen, zoals betere grond voor
akkerbouw.
Het landschap
bestond tot aan de 18e eeuw uit kreekjes, zeearmen en
eilandjes. Cadzand lag, net als bijvoorbeeld Groede,
op een eiland. Sommige van de plaatsen, zijn verwoest
en herbouwd. Bijvoorbeeld Schoondijke. In dit gebied
was niets zeker, en het was zwoegen om land van de zee
te behouden. En als het de zee niet was, dan waren het
wel inundaties (dijken werden doorgestoken en
ingepolderd land kwam onder water te staan). Dit deed
men om het vijanden lastig te maken.
Gaande weg
vertrokken gezinnen van de Familie Leenhouts naar
andere delen van Zeeland, voornamelijk Walcheren en
Zuid-Beveland.
|
Zo zou het
blijven tot aan de 19e eeuw. Vanaf dat moment, als
gevolg van diverse omstandigheden, emigreerden diverse
West Zeeuws-Vlaamse families naar Amerika, en kwamen
voornamelijk terecht in de staten Michigan en
Minnesota. Men kocht daar land van de staat en
startten een nieuw leven.
Na de tweede
wereldoorlog zien we wederom een emigratie, maar dan
vanuit de provincie, naar andere delen van Nederland.
Hieronder is te zien dat men terecht kwam in
Zuid-Holland, Noord-Holland, Brabant, Utrecht,
Gelderland en Limburg.

|